“Noordenwind in juni opgestaan,

 

Brengt standvastig weer aan!”

 

Een waarheid als een koe, dat is het minste wat je van deze weerspreuk kunt zeggen en we kunnen het ook bewijzen want er zit meer dan een kern van waarheid in deze oude spreuk!

 

Het mag dan intussen wel al juli geworden zijn, toch mogen we gerust even naar de maand juni teruggrijpen om deze spreuk van onder het stof te halen en uit te leggen waarom die dikwijls klopt. De oorsprong van de huidige mooi weer periode zit grotendeels in juni en heeft met die noordenwinden te maken die toen begonnen zijn.

 

We hebben dit voorjaar en eigenlijk meer specifiek, de voorbije junimaand al veel met noordenwinden te maken gehad. Dan bedoelen we niet enkel de zeebries die langs de kust waait, maar ook het algemene weerpatroon heeft al dikwijls voor noordenwind gezorgd de voorbije weken. Dit patroon zit eigenlijk al weken vastgeroest, dus effectief: noordenwind die in juni begint, kan leiden – en leidt in vele gevallen – tot een periode met standvastig en ook mooi weer.

 

Dat hoeft dus zeker geen slechte zaak te zijn, zeker niet in het voorjaar want noordenwinden hangen dikwijls samen met hogedrukgebieden die ten noorden van ons liggen. Hogedrukgebieden staan ook garant voor het op afstand houden van slecht weer en zorgen dus voor beter of mooi weer.

 

Maar waarom is dit net in het voorjaar of vroege zomer dikwijls het geval? Die reden is heel simpel. Hogedrukgebieden zijn gebieden waar er eigenlijk meer lucht is dan in de omgeving. Dat mag je letterlijk nemen. De druk is hoog: er is meer lucht aanwezig op die plaats. Hoe komt dat dan? Wel, in een hogedrukgebied begint de lucht geleidelijk aan te dalen. Die dalende lucht is ook koude lucht. Dalende koude lucht, heeft een grotere dichtheid en ‘weegt dus letterlijk meer’ dan stijgende warme lucht: als er meer lucht op een zelfde plek zit, dan is de druk dus hoger! Op plaatsen waar warme lucht zit, zal zich nooit een hogedrukgebied vormen. Laat nu net in het voorjaar en in de zomer het land ook sneller opwarmen dan de zee en je voelt het al komen …

 

Lagedrukgebieden vormen zich in de lente en zomer gemakkelijker boven land. Daar zit warme lucht die gaat stijgen en zo wordt een lagedrukgebied geboren. De zee is nog een flink stuk koeler en daar heeft de lucht dan ook eerder de neiging om te dalen. Et voilà: ons hogedrukgebied is geboren. Er vormen zich dus in het voorjaar boven het nog koele zeewater gemakkelijk standvastige hogedrukgebieden.

 

Dat is dus maar een deel van de verklaring: want waarom waait de wind dan uit het noorden?

 

Die is gemakkelijk: rond een hogedrukgebied waait de wind in wijzerzin. Dat heeft dan weer te maken met de draaiing van de aarde en dat leggen we wel een andere keer uit, maar onthou: op het noordelijk halfrond waait de wind rond een hogedrukgebied in wijzerzin.

 

Dus: als zich nu op de zee een hoog vormt, dan komt op de weerkaart ten noorden van ons te liggen of ten noordwesten. Zie kaart hieronder.

 

Afbeeldingsresultaat voor hogedrukgebied op de weerkaart

 

Dit is nu toevallig een kaart van 18 mei, maar de situatie is net zoals hierboven beschreven. Er is trouwens ook een spreuk die zegt: noordenwind in mei opgestaan, brengt standvastig weer aan, dus ook dan gaat de regel op.

 

Er heeft zich op deze kaart een stevig hoog gevormd (op de kaart ‘Sven’ genoemd) en dat ligt boven de Britse Eilanden en strekt zich via de Noordzee verder richting Scandinavië uit. Daarrond waait de wind in wijzerzin, dus vanuit het noorden / noordoosten over de Noordzee. Een situatie dit voorjaar / zomer meer regel dan uitzondering is.

 

Een hogedrukgebied laat zich ook niet op 1-2-3 wegduwen en blijft, eens gevormd, lang ter plekke.

 

Dus: eens de wind noord wordt, dan kan die daar lang zitten en zo hebben we dus de verklaring van de spreuk: een hogedrukgebied (dat in de regel standvastig mooi weer brengt) ten noorden van ons (dat dus noordenwinden brengt) kan dat lang volhouden!